Ruimte maken voor wat nieuws

Deze week heeft Claudia (mijn vrouw) gezegd dat ze stopt met haar baan. Een dag eerder de knoop doorgehakt. “Heb je dan iets nieuws?” vraagt iedereen. Nee dus. Ze wilde al langer wat anders, maar ze wist niet precies wat. Zoeken naar iets nieuws, als je druk bent met iets waar niet (meer) je hart ligt is moeilijk. Die cirkel bleek lastig te doorbreken. Een opleiding hielp. Maar nieuwe stappen hebben ruimte nodig.

Ik heb het zelf een paar jaar geleden ook ondervonden. Ik móest stoppen van mezelf. Zonder een nieuwe baan. Ruimte maken in mijn hoofd. Lucht. Met alle onzekerheden van dien. Maar het voelde zo goed. Binnen no time wist ik wat ik wilde en kon. En vond ik het. Ik koos niet voor “als het maar iets anders is dan wat ik nu doe”, maar voor wat ik écht wilde. En dat proefde mijn omgeving.

Ook de vorige band waar ik in zong heb ik verlaten, toen de gemeenschappelijke drive verdwenen leek. Terwijl ik wist dat ik niet zonder muziek kon. Daarna heb ik de band gezocht én gevonden waar de flow regeert. We zijn geneigd pas met iets te stoppen als we weten “wat dan wel”. Terwijl door te stoppen het “wat dan wel” zich zoveel makkelijker aandient.
Het is verwonderlijk op zo’n moment te ontdekken dat deze gekozen onzekerheid een ultiem gevoel geeft van regie in eigen hand.

Ik zie het ook op een andere schaal: Veel van de bedrijven die grote stappen maken op het gebied van sociale innovatie, zijn eerst gestopt met het oude. Zonder te weten wat dan wel. Maar gewoon doorgaan was geen optie. Vaak noodgedwongen, persoonlijk of zakelijk (“dit nooit meer”), maar altijd met een urgentie. Het “wat dan wel” kwam bijna vanzelf, bij henzelf én met de collega’s in het bedrijf.

Iemand vroeg me of ik haar zou adviseren hetzelfde te doen. Dat wist ik niet. Het heeft mij veel gebracht, maar iedereen zit anders in elkaar. Het had ook anders kunnen lopen. En niet iedereen kan het zich permitteren. Ook deze tijd van crisis helpt niet mee. Of juist wel? Want “gewoon doorgaan” is geen optie. En bevlogen bedrijven met bevlogen mensen hebben de toekomst. “Survival of the Happiest” zegt Leen Zevenbergen.

Het kan haast geen toeval zijn dat een paar maanden geleden een liedje uit mijn pen vloeide met de titel: You’d better be sorry than safe

 

De weg van de minste weerstand

De weg van de minste weerstand. Het heeft vaak een negatieve lading. “De makkelijkste weg” klinkt vaak lui en niet flink. Ik begin steeds meer de kracht te ontdekken van de makkelijkste weg. Ik ga er zelfs naar op zoek. Bij mezelf en mijn collega’s. Deze maand praat ik bij met alle collega’s in het project. Ik vraag of en hoe het lukt om hun talent in te zetten voor de missie van het project.  Waar lukt dat, waar niet. Dat geeft interessante gesprekken en inzichten. De dingen die we doen omdat ze echt bij ons passen, waar we goed in zijn en waar we in geloven, gaan vaak vanzelf. En geven vaak de mooiste resultaten. Maar daarnaast vinden we dat we dingen “moeten kunnen”, maar nog niet zo goed lukken. We zijn geneigd daar uitgebreid bij stil te staan. Om het nog een beetje positief te houden noemen we het “ontwikkelpunten”. De hele HR-cyclus is er vaak op ingericht. Reparatie-management. Als ik terugkijk heb ik daar lang aan meegewerkt. Maar als ik heel eerlijk ben is er nog nooit iemand écht beter van geworden. Een ontnuchterend inzicht na 15 jaar leidinggeven.

De grootste sprongen heb ik mensen zien maken als ze de weg van de minste weerstand gevonden hadden. Als ze dingen konden doen die echt bij ze pasten, waarbij het vanzelf lijkt te gaan, voor een doel waar ze echt in geloven. En daar vertrouwen en handvatten voor kregen. Vergis je niet: soms nog steeds met bloed, zweet en tranen, maar zonder weerstand van bínnen.
Het mooie is dat ieders weg van de minste weerstand een andere is. In een groot projectteam is er dus een enorme onderlinge aanvulling. Voor de noodzakelijke “restjes” die overblijven moeten we op zoek naar andere talenten, of we verdelen het eerlijk.

​Het lijkt eenvoudig. Maar we zijn het totaal niet gewend. “De makkelijkste weg” en “de macht der gewoonte” lijken namelijk bedrieglijk veel op elkaar. Maar ze zijn het verschil tussen vliegen en ploeteren, tussen excelleren en middelmaat, tussen moed en moet.

De weg van de minste weerstand begint met een hobbel die gewoonte heet.

Wat mij helpt? Gewoon vaker tot 10 tellen en mezelf de vraag stellen: Gaan we hiermee verder uit gewoonte, of zoeken we echt de weg van de minste weerstand naar toegevoegde waarde voor onze missie?

Stenen in de vijver zijn niet smart

SMART. Specific, measurable, achievable, realistic, timebound. Zonder een smart doelstelling bereik je niks, en weet je al helemaal niet óf je het bereikt heb. En met KPI’s weet je hoever je bent. Jaren heb ik zo gewerkt. Ik probeerde zinsneden als “zoveel mogelijk” te voorkomen in doelstellingen. Je moest van te voren weten wanneer je een feestje kon vieren of niet. En een smart doelstelling kun je lekker opdelen in taken en planningen.

Ik ontdek steeds meer dat SMART niet werkt. Niet als je doel niet smart van zichzelf is. Als je een vakantiehuis hebt geboekt, is je reisdoel al smart van zichzelf. Je weet precies waar je moet zijn, wanneer. Specifiek, meetbaar etc.. Een week eerder aankomen is dan niet zo handig. Maar ik moet er niet aan denken dat ik mijn tent achterin gooi om een mooie reis te maken, en we deze reis vervolgens smart gaan maken, omdat we anders straks niet weten of we een mooie reis hebben gehad.

In ons project hebben we de ambitie om sociale innovatie een krachtig en vanzelfsprekend onderdeel te laten worden van innovatie voor welvaart en welzijn in Nederland. Dat is enorm ambitieus. Onze tactiek is om individuele bedrijven te helpen en bedrijven die sociale innovatie al in de vingers hebben, zichtbaar te maken voor anderen. Als metafoor proberen we stenen in de vijver te gooien die rimpeling veroorzaken, om zoveel mogelijk ondernemers en beïnvloeders te “besmetten”.

De verleiding om dit smart te maken is groot. Hoeveel bedrijven? En wanneer zijn ze precies beïnvloed? Hoe gaan we dat precies doen? Wie doet wat? Dan kunnen we zo uitrekenen wat op ieders bordje ligt. Kwaliteit is dan even wat lastiger.

We hebben het niet gedaan. Onze ambitie is helder, onze tactiek is ZOVEEL MOGELIJK rimpeling. Het hoe is volledig open. Dat zorgt ervoor dat we allemaal elke dag onze ogen open moeten houden. En dat we allemaal elke dag creatief blijven nadenken. Dat we voortdurend beroep doen op elkaars talent en professionaliteit. Alleen de randvoorwaarden zijn smart (budget, uren etc.). In een wereld die zo divers is en zo snel verandert kun je nadenken niet onderbrengen in één afdeling of in één hiërarchische laag.

Dat heeft tot grote en onverwachte opbrengsten geleid. We raken via sprekers, blogs, whitepapers, social media, leren-van-elkaar-kringen meer ondernemers dan we ooit hadden kunnen bedenken. Er ontstaan nieuwe werkvormen. En we houden de drive om dat nóg beter te willen blijven doen. Zoveel mogelijk. Dat is pas smart.

 

Plaatsvervangende trots

Plaatsvervangende trots. Het bestaat. De uitdrukking misschien niet, maar het gevoel wel. Ik ervaar het de laatste tijd nadrukkelijk. In het bijzonder tijdens en voor de Energiedag van MKB Krachtcentrale. Op die dag proberen we met Syntens jaarlijks ondernemers te “besmetten” met sociale innovatie. Het beste uit mensen voor welvaart en welzijn. Ook de winnaar van de verkiezing “Slimste Bedrijf van Nederland” wordt dan bekend gemaakt.

En dan ervaar ik plaatsvervangende trots als een collega op het podium een verhaal vertelt dat helemaal klopt en ráákt. En de hele zaal een staande ovatie geeft. Ik ervaar het als ik een dagvoorzitter zie, van wie ik weet dat ze het spannend vindt, maar die helemaal zichzelf is en er staat alsof ze niks anders doet. Als het lijkt alsof alles op rolletjes loopt, terwijl ik weet dat er achter de schermen nog flink gebikkeld en geïmproviseerd wordt. Als een collega niet in paniek raakt als de dag tevoren de 300 bestelde stoelen niet geleverd dreigen te worden.
Ik voel plaatsvervangende trots als een ondernemer vertelt hoe hij het beste uit mensen haalt, en ik weet dat hij geholpen is door een collega. Of als een bus met ondernemers uit Noord Nederland het de moeite waard vindt om helemaal naar deze dag in Zaltbommel te komen.

En als het gewaagde idee om niet één maar 12 winnaars uit te roepen uiteindelijk goed landt, dan voel ik plaatsvervangende trots voor de mensen die hun nek hebben uitgestoken.
Ik ervaar plaatsvervangende trots als ik merk dat onze ambitie voor ons project sociale innovatie (sociale innovatie wordt een krachtig en vanzelfsprekend onderdeel van innovatie voor welvaart en welzijn in Nederland) door het hele projectteam uit volle intrinsieke overtuiging omarmd wordt. Iedereen zoekt naar zijn eigen weg en talent om daar maximaal aan bij te dragen. Met vallen en opstaan, niet in het minst door mezelf. Eén van de vele dingen die ik geleerd heb, is dat plaatsvervangende trots een enorme motor is. Voor mezelf én de ander.

Welkom op mijn blog

Innoveren met mensen. Kan het eigenlijk anders? Dat is waar ik dagelijks aan probeer bij te dragen. Na 20 jaar management-functies, sinds 1 januari 2014 als De Ontmanager. Ik help bedrijven zich anders te organiseren. Met minder management, planning en control. Met meer eigenaarschap, bevlogenheid en wendbaarheid. Want dat is de toekomst.

Terugbrengen, dat is wat ik graag doe. Naar waar we het ook al weer allemaal voor doen. Naar de kern. En naar iedereen die het lezen wil. Op dit blog, in lezingen en in mijn boek ‘Ontmanagen voor managers’.